Dienstverlening

 

Wettelijk kader

De opdrachten die de brandweer mag uitvoeren, zijn wettelijk vastgelegd. Daarnaast is er ook een Koninklijk Besluit waarin wordt bepaald welke opdrachten de hulpverleningszones gratis moeten uitvoeren.


KB van 25 april 2007


Koninklijk Besluit van 25 april 2007 

 

Wat?

Dit besluit bepaalt 8 opdrachten die de hulpdiensten (= hulpverleningszone + Civiele Bescherming) gratis moeten uitvoeren: 

  • de interventies om brand en ontploffing te bestrijden
  • de technische hulpverlening met als voorwaarde dat het gaat om een noodoproep om mensen te beschermen of te redden
  • de interventies om rampen en catastrofen te bestrijden (uitgezonderd de afdekking met een zeil van een gebouw niet om mensen te beschermen)
  • de coördinatie van de hulpverleningsoperaties
  • de internationale opdrachten van de Civiele Bescherming met uitzondering van de opdrachten om vervuiling te bestrijden
  • de drinkwaterbevoorrading aan de burger in geval van een vrij ernstig watertekort of van een watertekort dat een omvangrijk gebied treft
  • de waarschuwing aan de bevolking
  • de interventie naar aanleiding van een loos alarm (=het te goeder trouw verwittigen van de brandweer, terwijl een uitruk uiteindelijk niet nodig bleek). Een vals alarm (= kwaadwillig alarm) wordt wel in rekening gebracht!

 

Welke opdrachten zijn dan niet gratis?

Voor de andere opdrachten kan de hulpverleningszone wél een retributie vragen. Het Koninklijk Besluit blijft eerder algemeen over wat dan wel gefactureerd mag worden:

    • kosten veroorzaakt door de interventie naar aanleiding van een falend technisch alarm (= slecht functionerend detectiesysteem)
    • kosten veroorzaakt door alle opdrachten die hierboven niet werden vermeld, met inbegrip van de kosten veroorzaakt door interventies die door derden worden uitgevoerd op vraag van de hulpdiensten

Om hieromtrent meer klaarheid te scheppen werd tevens bepaald dat de hulpverleningszones een lijst moeten opmaken met de opdrachten waarvan de kosten in rekening kunnen worden gebracht en welke tarieven worden gehanteerd. Daartoe heeft hulpverleningszone Midwest een retributiereglement opgesteld.

De hulpverleningszone staat zelf in voor de volledige invorderingsprocedure en het debiteurenbeheer. Specificaties van deze procedure zijn ook bepaald in het zonaal retributiereglement.
De kosten van de interventies van de Civiele Bescherming worden daarentegen door de Staat verhaald.


Wet van 15 mei 2007


wet betreffende de Civiele Veiligheid van 15 mei 2007

 

Wat?

Deze wet bepaalt dat aan de operationele diensten van de Civiele Veiligheid (hulpverleningszones + Civiele Bescherming) 5 algemene taken zijn toegekend:

  • de redding van en de bijstand aan personen in bedreigende omstandigheden en de bescherming van hun goederen
  • de dringende geneeskundige hulpverlening zoals bepaald in artikel 1 van de wet van 8 juli 1964 betreffende de dringende geneeskundige hulpverlening
  • de bestrijding van brand en ontploffing en hun gevolgen
  • de bestrijding van vervuiling en van het vrijkomen van gevaarlijke stoffen met inbegrip van radioactieve stoffen en ioniserende straling
  • de logistieke ondersteuning

 

Proactie Preventie Preparatie Uitvoering Evaluatie

De wet legt ook vast dat opdrachten 1, 3 en 5 meer inhouden dan enkel de interventie zelf. De wet schrijft immers voor dat bij deze soort opdrachten ook moet worden gestreefd naar een beleid waarbij proactie, preventie, preparatie, de eigenlijke uitvoering en evaluatie geïntegreerd worden.
Met proactie doelt de wet op het nemen van maatregelen om de risico’s op voorhand te inventariseren en te analyseren. Op deze manier kan de hulpverleningszone preventief te werk gaan en om zo risico’s te beperken en het plaatsvinden van incidenten te voorkomen.
Daarnaast vereist de wet dat er voor deze opdrachten maatregelen worden genomen in het kader van een goede preparatie, zodat de hulpverleningszone klaar is om het hoofd te bieden wanneer een incident zich voordoet en een goede uitvoering kan gegarandeerd worden.
Tot slot is de evaluatie de laatste schakel in dit proces. De wet vraagt immers dat er maatregelen worden genomen om de voorgaande stappen van proactie, preventie, preparatie en de uitvoering zelf te evalueren zodat hieruit lessen kunnen worden getrokken.

 

Naast deze 5 taken bepaalt deze wet ook dat de hulpverleningszones instaan voor de toepassing van de reglementering inzake de preventie van brand en ontploffing. De organisatie van de opdrachten inzake brandpreventie die door de hulpverleningszone moet worden uitgevoerd, worden verder vastgelegd in het Koninklijk Besluit van 19 december 2014.


KB van 10 juni 2014


Koninklijk Besluit van 10 juni 2014 tot bepaling van de taken en de opdrachten van de Civiele Veiligheid uitgevoerd door de hulpverleningszones en de operationele eenheden van de Civiele Bescherming

 

Wat?

In dit Koninklijk Besluit worden de opdrachten en taakverdeling tussen de hulpverleningszones en Civiele Bescherming gewijzigd als gevolg van de hervorming.

Zoals hierboven reeds vermeld, bepaalt de wet van 15 mei 2007 vijf opdrachten voor de Civiele Veiligheid. Vier van deze opdrachten worden verder uitgewerkt in dit besluit.
Het is niet van toepassing op de vijfde opdracht, ‘de dringende geneeskundige hulpverlening zoals bepaald in artikel 1 van de wet van 8 juli 1964 betreffende de dringende geneeskundige hulpverlening’ of op de opdrachten betreffende brandpreventie.

 

Hulpverleningszone versus Civiele Bescherming

Dit Koninklijk Besluit wijzigt de taakverdeling tussen de hulpverleningszones (brandweer) en de Civiele Bescherming. Hierbij is optimaal rekening gehouden met de complementariteit van deze twee hulpdiensten. De hulpverleningszones staan in voor de basisopdrachten van de Civiele Veiligheid, terwijl de Civiele Bescherming de langdurige en gespecialiseerde interventies voor haar rekening neemt. De mogelijkheid wordt gelaten aan de hulpverleningszones om, door middel van een samenwerkingsovereenkomst, ook voor een aantal van de basisopdrachten een beroep te doen op een andere hulpverleningszone of op de operationele eenheden van de Civiele Bescherming.

 

Taken van de hulpverleningszone

Bij de bestrijding van brand en ontploffing staat de hulpverleningszone in voor het blussen, de redding, de bescherming en de controle.


Bij interventies om vervuiling en het vrijkomen van gevaarlijke stoffen te bestrijden, heeft de hulpverleningszone verschillende taken, afhankelijk van de ernst van het incident. De meest voorkomende opdrachten betreffen verkenning, identificatie van de stoffen, beveiliging, basisdetectie, analyse, metingen, monsternemingen, neutralisatie en indamming, …


In het kader van het redden van en bijstand verlenen aan personen in bedreigende omstandigheden en bescherming van hun goederen is het takenpakket ook divers, afhankelijk van de aard van de interventie. De meest voorkomende opdrachten betreffen redding, evacuatie, ontzetting, beveiliging, stutten, signalisatie-afbakeningen, stabilisatie, reiniging wegdek, …


Wat betreft de logistieke ondersteuning, is het de taak van de hulpverleningszone om dringende bijstand van ziekenwagens te verlenen, infrastructuur en signalisatieafbakening op te zetten bij afkondiging van een bepaalde fase of noodplan en om drinkbaar water te verdelen aan de bevolking in geval van tekort aan drinkbaar water.


Tot slot bepaalt het besluit vier gespecialiseerde bovenzonale opdrachten van zowel de hulpverleningszones en van de operationele eenheden van de Civiele Bescherming (dit werd niet vastgelegd in de Wet van 15 mei 2007):

  • Expert Adviseur in Gevaarlijke Stoffen
  • Interventies met gespecialiseerd materiaal bij een treinongeval, brand op schepen of bij een ongeval betreffende infrastructuren van energiedistributieondernemingen
  • Het opstellen van een detachement (=team) voor interventies bij rampen en catastrofen in het buitenland en een cel om dit detachement te coördineren
  • Reddingshonden in het kader van de organisatie van kynologenhulpverleningsteams. Deze teams zijn onder andere gespecialiseerd in het opsporen van slachtoffers onder het puin

MO van 10 oktober 2014


Ministeriële Omzendbrief van 01 oktober 2014

 

Wat?

Deze Ministeriële Omzendbrief wijst op de opdracht van de hulpverleningszones om de continuïteit van de opdrachten inzake dringende geneeskundige hulp te verzekeren.

Deze opdracht, zoals vastgelegd in de Wet van 15 mei 2007, werd niet verder behandeld in het Koninklijk Besluit van 10 juni 2014. Daartoe werd de Ministeriële Omzendbrief van 1 oktober 2014 betreffende de continuïteit van de opdrachten inzake dringende geneeskundige hulp bij de hulpverleningszones opgesteld.

In deze omzendbrief wordt bevestigd dat de opdracht betreffende dringende geneeskundige hulp een volwaardige wettelijke opdracht is van de Civiele Veiligheid en meer specifiek van de hulpverleningszones.


KB van 19 december 2014


Koninklijk Besluit van 19 december 2014 tot vastlegging van de organisatie van de brandpreventie in de hulpverleningszones

 

Wat?

Dit Koninklijk besluit bepaalt de opdrachten die aan de hulpverleningszones worden toegekend in het kader van preventie van brand en ontploffing.

Dit besluit werd opgesteld naar aanleiding van de wet van 15 mei 2007 die bepaalt dat de hulpverleningszone moet toezien op de toepassing van de reglementering inzake de preventie van brand en ontploffing. Daarnaast schrijft deze wet ook voor dat er onder andere in het kader van bestrijding van brand en ontploffing een volledig proces moet bestaan van proactie, preventie, preparatie, uitvoering en evaluatie.

 

5 opdrachten rond brandpreventie

Er worden vijf opdrachten omschreven die de zone moet uitvoeren betreffende brandpreventie.

  • het opstellen van een actieplan aangaande de brandpreventie;
  • het sensibiliseren;
  • het verlenen van advies;
  • het opstellen van een brandpreventieverslag na het uitoefenen van controle op de stukken van een dossier of na het uitvoeren van inspectie ter plaatse;
  • het meewerken aan het opstellen van voorafgaande interventieplannen
 


LOG IN